Vijf jaar na de overstromingen is het tijd om de realiteit onder ogen te zien
Heidi Delobelle, CEO AG Insurance
Juli 2021. België maakt een van de zwaarste natuurrampen uit zijn geschiedenis mee. Gezinnen raken alles kwijt, hele gebieden zijn verwoest, en iedereen ziet plots in hoe groot het risico eigenlijk wel is.
Vijf jaar later zit het nog altijd vers in ons geheugen. Maar één cruciale vraag blijft: zijn we vandaag echt beter voorbereid dan toen?
Er is inderdaad al heel wat gerealiseerd sinds die verschrikkelijke overstromingen. Verzekeraars hebben hun verantwoordelijkheid genomen om de schade te vergoeden. Er zijn crisismaatregelen genomen. Er is geïnvesteerd in de heropbouw en versterking van bepaalde infrastructuur. De dialoog tussen verzekeraars en overheidsinstanties is opgevoerd. Maar over het belangrijkste punt bestaat er nog altijd grote onzekerheid … Hoe zou ons land vandaag omgaan met een ramp van die omvang? En dat maakt me erg ongerust.
We zijn nu 2026 en het wettelijk kader voor de vergoeding van natuurrampen is nog altijd onduidelijk. Volgens het huidige systeem komen verzekeraars tussen tot een bepaald schadeniveau (1,8 miljard euro, ofwel vier keer zoveel als in 2021). Boven dat bedrag zou de overheid moeten bijspringen. In theorie. Maar in de praktijk zijn de voorwaarden nog niet vastgelegd. Bovendien verschillen ze van gewest tot gewest. En zijn ze tot op vandaag onvoldoende gewaarborgd.
Bij de overstromingen van 2021 moest dat gebrek aan duidelijkheid in allerijl worden opgevangen met tijdelijke afspraken voor elk gewest. Toegegeven, achteraf lijkt het alsof dat heeft gewerkt. Maar een duurzaam model is het zeker niet.
Is het aanvaardbaar dat burgers, wanneer zich een volgende grootschalige ramp zou voordoen, niet met zekerheid weten op welke schadevergoeding zij recht hebben, en wie die zal betalen? Het antwoord spreekt voor zich. Dit probleem moeten we dringend oplossen.
De voorbije maand trokken meerdere enorme onweders met zware hagelbuien over het land, met schade aan duizenden auto’s en woningen tot gevolg ... Extreme weersomstandigheden zijn geen uitzondering meer. We zien nu dat periodes van hevige neerslag, hagel, overstromingen, extreme droogte en zware stormen elkaar steeds sneller opvolgen.
Met andere woorden: de natuurramp die we in 2021 hebben meegemaakt, is niet langer hypothetisch of uitzonderlijk. Het kan morgen zo maar opnieuw gebeuren.
Geconfronteerd met een stijgende frequentie maakt het niet aanpassen van het wettelijk kader – vandaag geënt op zeer uitzonderlijke situaties - onze samenleving kwetsbaar. Het roept ook de vraag op of dit op lange termijn economisch haalbaar blijft. Als de risico’s toenemen en de regels vaag blijven, wordt de druk op de verzekeraars alleen maar groter. Daardoor dreigt een verzekering geleidelijk minder toegankelijk te worden voor een deel van de bevolking – een scenario dat we wereldwijd al zien, onder meer in de VS.
Het is een absolute prioriteit dat iedereen zich kan blijven verzekeren.
Maar dat houdt ook in dat we moeten erkennen dat geen enkele speler in zijn eentje de financiële gevolgen van grootschalige rampen kan dragen. De verzekeraars niet, want hun tussenkomst is begrensd om hun solvabiliteit niet in gevaar te brengen. Ook de overheid niet, die zonder een duidelijk en vooraf vastgesteld kader niet doeltreffend kan optreden. En natuurlijk ook de burgers zelf niet.
De enige haalbare optie? Een gedeelde en gestructureerde verantwoordelijkheid.
Dat vraagt in de eerste plaats om een wettelijk kader waarin de verantwoordelijkheden van de overheid expliciet worden vastgelegd voor wanneer de limieten van de verzekeraars worden overschreden. We moeten ook zorgen voor continuïteit voor de burgers. De verzekeraar blijft het enige aanspreekpunt dat in staat is om schadeclaims eenvoudig en snel af te handelen, ongeacht de uiteindelijke verdeling van de kosten. Er lopen momenteel intense en constructieve gesprekken tussen de verzekeringssector en de overheid, waarbij de wil om tot een nieuw sluitend kader te komen, bij alle partijen rond de tafel aanwezig is. Dat stemt me positief, en we kijken reikhalzend uit naar het resultaat. Het is immers absoluut noodzakelijk dat er een coherente oplossing komt over de gewesten heen. Elke burger moet op hetzelfde beschermingsniveau kunnen rekenen. Want klimaatrampen houden geen rekening met administratieve grenzen.
Maar een schadevergoeding vormt slechts een deel van de oplossing. De beste bescherming ligt in preventie. Ook op dat vlak is er nog veel ruimte voor verbetering. Het is moeilijk te rechtvaardigen dat er nog gebouwd zou worden in overstromingsgevoelige gebieden, terwijl de risico’s intussen gekend zijn. Investeringen in waterbeheer (infrastructuur, overstromingsgebieden, regenwaterbekkens, ruimtelijke ordening, …) moeten worden versneld en opgevoerd. Het nieuwe initiatief dat de Waalse regio vorige week aankondigde voor de Vesdervallei is hiervan een goed voorbeeld.
De verzekeringssector en AG Insurance zijn bereid om volop aan mee te werken aan dit soort investeringen. Als langetermijninvesteerders in infrastructuur, maar ook als partners in het delen en analyseren van data, wat essentieel is om risico’s beter te kunnen inschatten. Maar dat kan alleen vruchten afwerpen binnen een samenhangend en stabiel kader.
Vijf jaar na de overstromingen van 2021 is het tijd om keuzes te maken. Als we gewoon doorgaan zoals we bezig zijn, dan lopen we het risico dat een volgende klimaatramp ook leidt tot een vertrouwenscrisis en een sterk gevoel van onrecht bij de slachtoffers. Maar als we nú duidelijkheid scheppen over de spelregels, de preventie versterken en een echt publiek-private samenwerking opzetten, dan maken we een verantwoorde keuze.
De volgende ramp wacht niet. De vraag is of wij er klaar voor zijn. Het is aan ons allemaal om te beslissen of we deze keer écht voorbereid willen zijn.
Heidi Delobelle
CEO - AG Insurance


